Volle maan*

Ren? Magritte, The Son of Man, 1964, Restored by Shimon D. Yanowitz, 2009  øðä îàâøéè, áðå ùì àãí, 1964, øñèåøöéä ò"é ùîòåï éðåáéõ, 2009

Bron: wikipedia

* Een kort verhaal. Gebaseerd op het schilderij onder de titel van The Son of Man/Le fils de l’homme door René Magritte

Zijn naam was Joshua.

Ik hield niet van zijn stem, maar ik moest elke dag naar hem luisteren.

Ik hield niet van zijn kleding, want hij droeg altijd een dezelfde kleding. Het was een deftig zwart pak en een rood dasje. Hij beet altijd in een appel (of de appel beet altijd hem). Dat was zo vervelend want ik hield niet van appel.

Ik heb nooit geprobeerd om een gesprek met hem te beginnen, maar hij wilde altijd met mij praten. Ik noemde hem mijn vriend niet, maar hij noemde mij zo.

Hij werd mijn beste vriend zonder ik het besefte. Zijn aanwezigheid verminderde mijn angst voor mensen. Hij maakte soms een grapje dat helemaal niet grappig was, maar toch lachte ik heel hard. Elke zondagavond gingen wij naar een heide. Dan was de nacht vol met sterren. Wij lagen op een koude grond. Hij maakte geen grapjes. En ik lachte helemaal niet. Wij zwegen.

“Sluit je ogen, Ayyara. Stel je maar voor dat je nu in een prachtige plek als de hemel ligt,” fluisterde hij in mijn oor. Hij was heel dicht bij mij. Ik kon zijn adem voelen in mijn nek. Het was heel koud en rustig. Niemand is ooit zo dicht bij mij geweest.

**

Haar naam was Ayyara.

Zij hield echt niet van mij. Ze vond dat mijn stem, mijn kleding, en een appel die ik beet (of de appel beet mij) vervelend waren. Zij had mooie blauwe ogen en krullend blond haar. Zij was heel mooi als een prinses en ik was zo lelijk als de nacht.

“Die uitdrukking is heel stom! Nacht is helemaal niet lelijk. Zie maar daar boven! De nacht is zo geweldig. Er zijn zo veel sterren. En kan je dat zien? dat konijntje op de volle maan? Schitterend!”

Zij vond alle dingen die in de nacht bestonden, fantastisch. Ik vond haar fantastisch. Maar zij hield niet van mij. Ik zag geen liefde in haar ogen. Alleen maar haat. En mijn hart was vol smart.

“Sluit je ogen, Ayyara. Stel je maar voor dat je nu in een prachtige plek als de hemel ligt,” zei ik tegen haar. Zij lag op het grond met haar ogen dicht. Haar gezicht was zo zuiver als een licht. Maar ik had geen mooie ogen en geen zuiver gezicht nodig. Ik wilde liefde. Ik wilde haar liefde. En niet anders. Maar zij hield niet van mij, toch? Of wel? Ik wist het niet.

“Ja ik moet het doen. Ik zal het doen,” zei ik tegen mij zelf. Het was misschien het moeilijkste besslising die ik ooit heb gemaakt. Maar ik moest het nu doen, en niet morgen of overmorgen of andere dagen of nooit.

Ik haalde mijn handen uit mijn broekzak. Mijn handen trilden toen ik besefte dat een zakmes in mijn hand lag. Spannend. Ik stak mijn lieve Ayyara door haar hartje dood. Morsdood.

Ja, zij leefde niet meer. Ik huilde een beetje. “Ayyara is nu in de hemel en dat is beter,” dacht ik.

Ik keek naar boven. De sterren, de maan, en de mist waren aanwezig. Een zachte wind aaide mijn haar terwijl ik het dode lichaam van Ayyara verliet.

Ik liet haar met rust.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s